Jojanneke van den Bosch over ‘Zo, nu ben je wees’

Jojanneke en Nico HaasbroekIk ken Jojanneke van den Bosch in eerste instantie van de Twitterlunch, als Social Media Expert en – indirect – als iemand die alles van schaatsen weet. Dat ze sinds haar veertiende wees is en wat dat voor impact op haar leven heeft gehad, weet ik pas sinds het verschijnen van haar boek ‘Zo, nu ben je wees.’ In het boek doorbreekt Jojanneke behoorlijk wat taboes en mythes rond het fenomeen weeskinderen. Ze laat erin zien dat weeskinderen niet zielig zijn, maar wel degelijk volwassenen nodig hebben. Ik interviewde haar over het ontstaan van het boek, omdat het al met al een behoorlijk Waanzinnig Plan was. Bij het boek hoort ook een informatiewebsite voor weeskinderen, de huidige site wordt momenteel achter de schermen flink aangepakt.’Volg Jojanneke op Twitter @weeswijzer en @Jojanneke of Facebook.

Marcel: Ik begin mijn interviews altijd met de vraag: wat is de droom die jou ’s nachts wakker hield, tot je hem uitvoerde. Maar ik vermoed dat je van heel andere dingen wakker lag.

Jojanneke: Waar ik vroeger van wakker lag, toen ik pakweg 14 jaar oud, was: hoe moet ik nu verder zonder mijn ouders? Kan ik hier blijven wonen? Hoe moet ik dingen regelen? En hoe moet het nu verder? Ik werd wees op mijn veertiende. Mijn ouders waren vijf maanden na elkaar overleden. Mijn zus en ik moesten het samen zelfstandig zien te rooien. Ga er maar aan staan. Na veel hordes, gedoe en bizarre situaties heb ik het doorstaan. Maar dat ging niet vanzelf. Inmiddels ben ik volwassen (whatever that means) en 23 jaar verder dan toen. Waar ik al die jaren later nog van wakker lag, is dat er 82.000 kinderen (0-18 jaar) in ons land ook leven zonder ouders. Tweeëntachtigduizend kinderen die hun best doen om iets te maken van hun leven. Met deze enorm valse start. Ik kan niet langs de zijlijn toekijken en niets doen. Ik kan het niet niet delen. Echt niet. Niet voor mezelf. Voor hen. En uiteindelijk is het ook mijn manier om zin te geven aan datgene dat mij overkwam. Het verlies is niet voor niets geweest.

Zo nu ben je weesNu, 23 jaar later, is mijn droom dat ieder weeskind informatie krijgt waar hij/zij mee verder kan. Om weeskinderen (en hun omstanders!) aan de kennis en informatie te helpen die hen verder kunnen helpen in het leven. Het is mijn manier om bij te dragen aan een betere wereld, op het gebied van een onderwerp dat niet dichter bij mij zou kunnen staan. In de afgelopen zes jaar (alweer, wat gaat het snel) werkte ik naast mijn bedrijf aan het project WeesWijzer. Er waren twee dingen enorme ‘party poopers’ in het verwezenlijken van mijn missie. Allereerst: men weet niet dat Nederland 82.000 weeskinderen telt. Er is een hardnekkig beeld dat weeskinderen leven in Annie en Harry Potter-achtige sprookjes en in verre landen. Nou, ik droeg geen rode krulletjespruik en kon ook niet op een bezem vliegen (helaas, had me te gek geleken. Als jij dat kan regelen, is dat wéér een prachtig waanzinnig plan waar ik voor open sta). Dus men moest het te weten komen. En wat is een betere manier om bewustwording te laten groeien dan storytelling? Ergo: ik besloot een aantal van mijn ervaringen (lang niet alles, dat zou het doel voorbij schieten) te beschrijven in een boek. Met daarbij praktische, concrete handreikingen voor omstanders van weeskinderen. En soms voor weeskinderen zelf. En voor zorgverleners en maatschappelijke organisaties. Dat werd het boek ‘Zo, nu ben je wees’. Kwam in januari van dit jaar uit. Ben in het proces meteen ook uitgever geworden. Want in de gesprekken met een uitgever die interesse had in het verhaal, kwam ik er zakelijk en inhoudelijk niet uit. Dan Zelf Maar Doen. Voelt goed. Geen moment spijt van gehad. Kost belachelijk veel tijd. Maar het is een labour of love.

De tweede party pooper in mijn missie was dat laagdrempelig gebruik van sociale media nog geen ingeburgerd gemeengoed was in 2007. En wat ik toen al wilde, was informatieverspreiding en -uitwisseling op een online platform. Of een koppeling van online platforms. Maar er was nauwelijks een haan die er naar kraaide. Want men gebruikte die media nog maar mondjesmaat, en het idee ‘wat moet ik dan zeggen op die media, wie zit daar nou op te wachten’ en ‘je gaat toch niet op internet zeggen wat je aan het doen bent’ hoorde je destijds nog vaak. Ik moest dus wat geduld hebben. Inmiddels gebruikt ‘iedereen’ sociale media. Ik leid communicatieprofessionals op via e-learning en events op het gebied van online communicatiestrategie en social media (@onlinecomm), dus ik kon zelf ook een duit in het zakje doen voor wat betreft instructie over vaardigheden met online tools. Maar goed. Iedereen online dus. Da’s mooi.

Nu die twee hordes gemakkelijker te nemen zijn, ga ik door met WeesWijzer. Want ik krijg nog veel te vaak mails en berichten over schrijnende situaties van weeskinderen. Zoals deze: Een woningstichting is voornemens over een paar maanden weeskinderen uit huis te zetten omdat zij geen wettelijke medehuurders waren van het huis van hun ouders. Daar lig ik nu van wakker. “Maar in die uren dat ik wakker ben, schrijf ik een open brief aan die directeur. En die sturen we dan meteen wel door aan koepelorganisaties, politiek en media. Zo waanzinnig is dat niet. Wel een goed plan. En nodig. Hard nodig. Die weeskinderen mochten uiteindelijk na bemiddeling tussen hun jurist en de woningcorporatie tóch blijven wonen. Dat vind ik super.”

Marcel: Als ik dit lees, lijkt het alsof je dit allemaal in je eentje hebt gedaan. Maar dat is vast niet zo. Had je hulp?

Twee pagina’s in mijn boek staan vol met de namen van mijn helden. De mensen die zorgen dat ik word wie ik werkelijk wil zijn. Mensen die hebben bijgedragen aan het tot stand komen van de bundel. Mijn helden zijn buitengewoon belangrijk voor mij.

Rome is niet in één dag gebouwd, en al helemaal niet alleen. Als ik geen vrienden en kennissen op Twitter en Facebook had gehad, was het een stuk moeilijker geworden. Er waren een aantal mensen die ‘voor publicatie lagen’, het liever in de vergetelheid hadden zien wegzakken. Dat waren mensen van ‘vroeger’. Juist dat tegenwicht op de sociale platforms betekent veel voor me. Als mens. Ik ben erg dankbaar voor de betrokkenheid die ik ervaar, zowel tijdens het schrijven als tijdens groeiend inzicht over weeskinderen in Nederland. Dat vind ik ongelooflijk belangrijk. Zonder dat had ik het nooit kunnen doen. Niet alleen dus. Als mensen niet hadden gereageerd door bijvoorbeeld mijn posts op Twitter of Facebook te lezen, of me sms’jes of mailtjes te sturen (soms met halve levensverhalen, wat me erg aangrijpt), zou ik het veel moeilijker vinden om het vol te houden. Je voelt je toch af en toe een schreeuwende in de woestijn. Ik bedoel: een boek willen schrijven is één, maar het is natuurlijk ook weer zo wat om vervolgens met 90% van je oplage te blijven zitten, haha. Dat zou dan weer jammer zijn.

Jojanneke en pleegvaderWeesWijzer ben ik alleen begonnen. Dat zeg ik niet om interessant te doen, sterker nog: ik vond het heel moeilijk om dat alleen te doen. Ik had liever gehad dat er allemaal instanties waren die al helemaal in de behoefte voorzagen. Ik heb wel geprobeerd om denktanks op te richten om kennis te delen destijds. Daar reageerden wel een paar mensen op (die ik ook erg waardeer, nog steeds). Door praktische omstandigheden (volle agenda’s e.d.) bleek het in die fase erg moeilijk om het leven in te blijven blazen op die manier. Ik kon het ook niet goed opbrengen, had er te weinig energie voor. Had ook wel te maken met een internetbureau dat ‘misschien de nieuwe WeesWijzer-site wel wilde bouwen als sponsoring’ maar vervolgens anderhalf jaar niets van zich liet horen. Dus heb ik het roer omgegooid en ben me (naast mijn bedrijf) gaan richten op het boek. Drie jaar geleden is dat nu, en toen publiceerde ik een stuk of zes concepthoofdstukken op Scribd.com. Het heeft me enorm geholpen dat mensen daar op reageerden. Ook omdat sommige mensen eigenlijk ronduit tegen publicatie van deze waargebeurde verhalen waren. Dat deed me wel pijn. Gelukkig steunden mijn vrienden me wel, en ook mijn pleegouders zeiden dat ik het gewoon moest doen. Ik heb vaak wel getwijfeld. Uiteindelijk toch gedaan. Tijdens het schrijven heb ik het enorme geluk gehad vijf goede, kritische meelezers aan mij zij te hebben. Daan Westerink (rouwdeskundige en journalist) was mijn eindredacteur. Zij schrijft zelf boeken over rouw en geeft les aan de Academie van Journalistiek. Dat is handig en fijn, en daar heb ik erg mee geboft. Daarbij heb ik een aantal mensen (vrienden/vakgenoten en mijn zus) mee laten lezen. Om te testen of het echt overkomt wat ik schrijf.

Wat ook echt geweldig was: een lotgenote (ook wees) die een echte professional in het uitgeversvak is, heeft me handige tips gegeven over onderhandelingen met evt. uitgevers, en toen bleek dat ik het met dit boek niet met een uitgever wilde doen, heeft ze mij erg goed geadviseerd over hoe ik aan de slag kon met het Centraal Boekhuis. Het heeft uiteindelijk wel belachelijk veel tijd gekost, maar als zij me die info niet had gegeven, had dat het proces moeilijker gemaakt en vertraagd.

Jojanneke en pleegzusMijn pleegzus Eveline heeft op mijn verzoek de werktitel van mijn boek volstrekt afgebrand. Ik vond het zelf ook geen goede titel, maar ik kwam er niet uit in mijn eentje. Hoe dit te noemen? Eveline liet geen vezel van de titel heel, en dat was super. Binnen een kwartier sparren waren we eruit: we wisten wat de titel zou worden en we waren er allebei supergelukkig mee. En nog. Zonder Eveline had het boek anders geheten. En iets in me zegt dat dat niet goed zou zijn geweest.

Daarbij heeft de eigenaar van een bevriend ontwerpbureau (Richard van Klooster van Front-taal) me enorm geholpen. Het ontwerpconcept (de tekstwolkjes op de cover) dat Eveline en ik bedacht hadden, heeft Front-taal helemaal tiptop perfect aangeleverd bij de drukker. Ik heb zelf het binnenwerk in InDesign in laten lopen in de ontwerpstudio. Net als vroeger op de kunstacademie.

Een van mijn vrienden stond garant voor de voorfinanciering van de drukwerkkosten. Dat heeft de boel wel versneld. Fijn is dat, het heeft me echt dat laatste zetje gegeven. En de kosten zijn er inmiddels uit.

De supergoede redacteur van ‘Dit Is De Dag’ op Radio 1 had me al gevonden via Twitter. Ze heeft in de kerstvakantie het boek gelezen, en we maakten vlot de datumafspraak voor een radio-interview. Toen had ik nog niet eens een persbericht. Zo gaaf, Twitter. Als dat er niet was geweest…

En de drukker heeft het tussen de kerst- en nieuwjaarsopdrachten verzorgd. Hij had gemakkelijk kunnen zeggen ‘Ja Jo, leuk idee zo in de kerstvakantie, maar weet je wel hoe druk het hier is?’. Dat zei hij niet. Ik mocht op 28 december nog in de dtp-studio van de drukker de laatste proef corrigeren voordat ‘ie op de pers ging. Hoe lief is dat!

En Winand Stut, de fotograaf die me sinds 2007 mijn corporate foto’s maakt, maakte voor de gelegenheid van het boek een extra prent voor de achterflap van het omslag. Dat was lief.

Marcel: Hoelang heb je met het idee rondgelopen voordat je daadwerkelijk begon? Wat gaf uiteindelijk de doorslag?

In januari 2010 besloot ik een paar hoofdstukken te schrijven. Om te kijken of ik dat kon opbrengen. Om te onderzoeken of ik de boodschap helder kon overbrengen. Het is toch iets anders dan een webtekst of een corporate brochure, nietwaar. Ik schreef zes hoofdstukken in een paar weken. Dat voelde goed, maar toen kreeg ik het weer (te) druk met mijn bedrijf. Dat kreeg voorrang.

Het moment waarop ik niet meer terugkon en absoluut enorme haast kreeg met het afronden van de overige achttien hoofdstukken, was toen ik met vakantie in Cap d’Ail was. Na een dagje zon, zee en strand luisterde ik naar een interview met acteur slash alleskunner Gabriel Byrne op YouTube. Heaven bless wifi in hotels. Gabriel Byrne. “Als hij niet in dat interview (over een ander maar ook kwetsbaar onderwerp) had gezegd ‘We lie by silence’, met de boodschap ‘als je zwijgt over de waarheid en pijnlijke waarheden, als je iets niet wilt blootleggen, maak je je schuldig aan medeplichtigheid aan andermans toekomstige leed’, had ik waarschijnlijk langer gewacht met het afronden van het manuscript.” En de uitspraak kwam als een mokerslag aan. Daar stond ik dan in mijn bikini in mijn hotelkamer. Ik wist dat de tijd rijp was om het boek écht af te ronden, en snel ook. Ik wilde geen medeplichtige zijn aan het leed van andere wezen. Diezelfde dag kocht ik een nieuwe pen en een verse Moleskine. Ik schreef iedere dag ongeveer zes uur, de rest van mijn vakantie. Thanks, Byrne. Hij staat drie (3) keer vermeld in mijn boek. Inmiddels is hij in het bezit van het boek en een Engelstalige toelichting en bedankbriefje. Maar dat is weer een ander verhaal.

Marcel: Waar was je bang voor, voordat je aan het project begon? Kwamen die angsten ook uit?

De grootste angst was dat mij familie me niet meer zou willen zien of me zou uitsluiten. Omdat ik ‘de vuile was’ zou buiten hangen. Die angst is deels uitgekomen, deels ook niet. Mijn zus was, zeg maar, niet enthousiast toen ik zei dat ik een boek schreef over mijn (en deels ons) verleden. het heeft lang geduurd voor ze het manuscript wilde lezen. Maar toen ze dat eenmaal deed, heeft ze de aardigste woorden en complimenten gegeven die ik (en ik overdrijf niet) ooit van haar heb gekregen in de afgelopen 37 jaar van mijn leven. Van een tante kreeg ik alleen de reactie ‘heb jij dat geschreven’ (zonder interpunctie, zonder aanhef, zonder wat dan ook. Het was de eerste reactie sinds de 23 jaar dat we nu wees zijn). Ik antwoordde er ‘ja’ op. Er kwam onbegrip van de andere kant. “Je zus zal je toch wel geholpen hebben, waar heb je het over.” Waarop ik alleen maar kon denken (en zeggen): “Oh, die zus die zelf ook hulp nodig had maar het ook niet kreeg?” Laten we zeggen dat het de situatie treffend beschreef. Nog steeds, dus. Laat ik maar zeggen dat je erachter komt wie je vrienden zijn. Een lekker cliché, ik weet het. Al steekt het soms dat er onbegrip is: tegelijkertijd realiseer ik me dat dat nu juist de aanleiding is dat dit boek en WeesWijzer bestáán: men moet in het land meer weten over dit pijnlijke onderwerp. En er iets mee doen. Dus.

Marcel: Wat was de grootste tegenslag? Hoe heb je die tegenslag(en) overwonnen?

De grootste tegenslag was de vertraging die ik opliep door de spaakgelopen onderhandelingen met de uitgever. Ik vond het nog wel overkomelijk dat onderhandelingen niet goed uitpakken (er zijn altijd alternatieven. Altijd.), maar ik was eigenlijk al vrijwel klaar voordat ik die onderhandeling in ging. Het was eigenlijk, achteraf gezien, een test in ‘trouw blijven aan jezelf’. Maar dat resulteerde wel in een aantal hele nachten doorwerken. En dat trok ik echt heel slecht. Het kwam bovenop een volle werkagenda. Ik heb vier keer de griep gehad deze winter. Laten we zeggen dat het voor je lichamelijke weerstand geen toffe hobby is. Niet voor de mijne, althans. Ik werk nog steeds minder dan ik eigenlijk zou willen, en minder dan ik gewend was. Maar ik zie het maar als een periode van nodig herstel. Kost tijd. Maar ik vertrouw erop dat het goed is zoals het is. Gaat niet altijd vanzelf, maar toch.

Marcel:  In mijn boek pleit ik ervoor om niet naar je gevoelens te luisteren (ik heb geen zin, ik kan het niet, niemand zit op mijn project te wachten) maar bij je doel en je mijlpalen te blijven. Hoe was dat voor jou?

Dan refereer je aan de negatieve gevoelens. Er zijn ook gevoelens van vlammende gebrandheid om het wél te doen. Gevoed door bijvoorbeeld onrecht, of een acute noodzaak om iets te doen. Of gewoon de behoefte om iets goeds na te laten. Niet alle negatieve gevoelens hoeven demotiverend of slecht te zijn. Ik denk wel dat je gelijk hebt als je zegt dat je bij je doel moet blijven om het ook daadwerkelijk te kunnen halen. En mijlpalen moet je nastreven en vieren zodra je ze behaald hebt. Maar af en toe merk je (nou ja, ik dan hè) dat je mijlpalen soms wat te optimistisch gesteld hebt. En als je ze dan niet haalt, voelt het als falen. En dat is nu net even niet de vibe die mij persoonlijk verder helpt. Op momenten dat Ik Het Even Niet Meer Zie Zitten… a.) lig ik huilend op de badkamervloer; b.) kijk ik een goede TED-talk ter motivatie; c.) snaai ik chocola en kijk The Usual Suspects of Star Wars; d.) pak ik mijn spullen bij elkaar, trek uit andere dingen de stekker en ga vervolgens weer aan de slag met het werken aan mijn doel; e.) all of the above.*

* streep door wat niet van toepassing is. 😉

Marcel: Heb je ooit getwijfeld aan de haalbaarheid van je project? Zo ja, wat deed je toen?

Natuurlijk. Maar dat kun je ondervangen door voor jezelf te noteren waaróm je dit wilt doen en waaróm het haalbaar is en hoe je dat voor je ziet. Iedere keer als je twijfelt (gemiddeld 30.000 keer in de eerste maand) lees je je eigen relaas. Maak het ook meteen een Mooi Blaadje en prik het ergens in huis op. Helpt mij, althans.

Marcel: Hoe heb jij tijd, geld en middelen geregeld om je project te laten slagen?

Nou, slapen ga ik weer doen als ik dood ben. 😉 Maar alle gekheid op een stokje: ik heb vaker ‘nee’ gezegd tegen opdrachten. Ook tegen de lucratieve. En ja, dat merk je in de inkomsten. Dat kost gewoon geld. Ik wilde tijd investeren om dit te doen. Als die tijd er niet zou zijn geweest, had ik niet af en toe een paar uur kunnen navelstaren over een hoofdstuk, of kritisch herschrijven. En dat was er naar mijn mening gewoon voor nodig.

Marcel: Welke rol speelde Social Media bij jouw project?

Een grote. Als sociale media er niet waren geweest, was het ongelooflijk veel moeilijker geweest om de boodschap over weeskinderen in Nederland onder de aandacht te brengen. En geloof me, de organisaties die nog niet echt online zijn (of zichzelf veel te serieus nemen maar hun online connecties niet), weten nog dagelijks te bewijzen dat ik er nog lang niet ben. Dat men het belang van goede zorg voor wezen in ons land niet ziet. Dat steekt. Diep, soms.

Voor de promotie van het boek, het uitnodigen van mensen voor de boekpresentatie en daaruit voortvloeiend ook de verkoop hadden sociale media een sleutelrol. En de conversatie over weeskinderen op Facebook en de reacties van lezers op Facebook en Goodreads.com, die zijn me zo ongelooflijk dierbaar. Ook de scherpe. Lang leve Facebook, lang leve MailChimp, lang leve Twitter, lang leve…, nou ja, iedereen die zich kan laten raken. Ik ben nog lang niet klaar met WeesWijzer, dus ik houd graag de conversatie gaande. Ik heb de wijsheid niet in pacht. Maar samen weten we wel veel meer.

Marcel: Heb je alles alleen gedaan? Zo ja, waarom? Zo nee, wat heb je uitbesteed en waarom?

Sommige dingen wilde ik pertinent niet zelf doen. Bijvoorbeeld het drukklaar maken van het boekomslag. Te stressig (want te persoonlijk). En het maken van de video waarin ik vertel waaróm ik dit boek geschreven heb. Die video heb ik laten maken door Jeroen de Jonge van Synopsis Media. Jeroen is een jonge professional die écht-écht-écht goed meedenkt over scenario, inhoud, boodschap en vorm. Monteren deed hij ook uitstekend, veel beter dan ik ooit zou kunnen. Mijn vertrouwen in hem was (en is) zonder enige reserve. En terecht. En het leek me ook nogal suf als ik zelf de vragen zou verzinnen die men me zou moeten stellen. Ik liet hem daarin vrij.

Van te voren wist ik dat ik veel zelf kón doen (zonder daar arrogant over te willen klinken), en dat dat ook geld zou schelen. En het werk aan dit boek was ook een deel van mezelf. Soms vind ik het ook onzin om iets door anderen te laten doen. Zoals het laten inlopen van het binnenwerk (op de kunstacademie geleerd, ik ben een ongelooflijke typografische nerd), het schrijven (boem is ho. En kritische meelezers en een eindredacteur voor de zekerheid), de publiciteit (hallo Twitter, hallo social media release), de drukwerkbegeleiding, uitgever worden en dingen uitvinden over het boekenvak. Is ook gewoon een leuke (maar soms wel ingewikkelde) puzzel. Het heeft sommigen wel geërgerd dat ik ‘zoveel zelf dacht te kunnen’. Iedereen mag vinden wat ‘ie vindt. Maar ik ben diep gelukkig met het eindresultaat. Het is dan weer wel zo dat als ik bepaalde dingen niet zelf had gekund, had ik er wel oplossingen voor gevonden. Ik koos er echter voor om ander, goed betaald, werk voor even te laten schieten om dit proces heel erg bewust mee te maken. Ik vergelijk het voor mezelf wel met een soort zwangerschap. Je bent eerst zwanger van het idee, dan ontwikkelt het zich, het leeft al echt maar het eindresultaat zie je nog niet…en dan is het er. En als je pech hebt, worstel je ietwat met een postnatale depressie. Nu wil ik niet zeggen dat ik dat heb (ik zou het niet durven beweren ten opzichte van vrouwen die dat hebben meegemaakt), maar ik werk niet zonder reden even wat minder uren per week. Ik moet er wel even van bijkomen. Ik denk dat ik momenteel de verhalen voel die allemaal níet in het boek staan. Ik denk dat ongeveer 10 procent van mijn ervaringsverhalen over dit onderwerp in het boek staan. De rest…daar leef ik mee. En dat zal ik ook echt zelf moeten doen. En dat is prima. Het is wat het is.

Als het een zakelijk boek was geweest, over mijn vak (social media en online communicatie) had ik het veel gemakkelijker kunnen opbrengen om taken uit te besteden, denk ik. Dan werk je meer samen met een gemeenschappelijk belang, niet alleen vanuit de boodschap in het boek, maar ook vanuit ontwikkelingen in de markt. Maar dat is in mijn ogen net even een andere situatie dan het boekproject waar ik aan werkte. Dat boek over online communicatie zit trouwens wel in de pijpleiding. Dat dan weer wel.

Marcel: Was jij eindverantwoordelijk of werden beslissingen democratisch genomen? Wat waren de voor- en nadelen daarvan?

Eindverantwoordelijk. Misschien maar goed ook; ik kan echt een ongenadig eigenwijs stuk vreten zijn. En dat geldt vooral bij een project wat eigenlijk een deel van je ís. Democratie paste niet in dit boek. Wel in het vervolgtraject, WeesWijzer.nu. Dat dan weer wel. Sterker nog: dat project bestaat volstrekt niet zonder anderen. Wat mij betreft is het boek de opmaat naar online kennisdelen voor en over weeskinderen in Nederland. Dat wilde ik in mei 2007 al, maar de tijd bleek er nog niet rijp voor. Nu dus wel. Ik schreef het boek om bewustwording te creëren omdat ik constateerde dat dat er nog niet voldoende is. Laten we maar zeggen dat je er een lange adem voor nodig hebt. Valt niet mee voor een sprinter als ik. Maar het is werk vanuit het hart. Ik kijk er wel echt naar uit om meer beslissingen samen te gaan nemen in de toekomst van WeesWijzer. Daar groeit het project vanzelf wel naartoe. Alles op z’n tijd.

Marcel: Wat heb je geleerd van je plan? Wat zou je nu anders doen?

Meer tijd reserveren. Meer tijd om te navelstaren, meer tijd om alternatieven te verkennen, meer tijd om in de toekomst te gluren. Zo werk ik aan de vertaling voor publicatie in Ierland, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. Het is dat ik in Ierland een journalist sprak die me in drie minuten tijd zóveel waardevolle informatie gaf die de vorm van de Ierse editie zo ingrijpend veranderde, anders had ik daar bij voorbaat al een enorme mispeer in gemaakt. Nu heb ik nog de kans om rekening te houden met de Ierse gewoonten. In de pers, in boekenland maar ook in de perceptie van thema’s. Echt zo waardevol om naar het land van publicatie af te reizen vóórdat je daar publiceert. Waardevoller dan ik ooit had kunnen vermoeden. Als ik dit van te voren had geweten, was ik eerder afgereisd.

Marcel: Wat voor advies zou je geven aan andere mensen die met Waanzinnige Plannen rondlopen?

Wees trouw aan jezelf. En neem je angsten niet té serieus. Ontwijk je angst niet, maar onderzoek waarom het een angst is. En bekijk de scenario’s: is het een ramp als je angst bewaarheid wordt? Of kan dat ook weer een ‘blessing in disguise’ zijn? Kijk het recht in de ogen, bang of niet bang. Benoem ook concreet wát je wilt bereiken. En bedenk wat ervoor nodig is om jou het gevoel te geven dat het geslaagd is. Niet zelden kijk je dan na afloop terug op je project en constateer je dat je verder bent gekomen dan je eigenlijk vooraf genoegen mee zou hebben genomen. Mooi is dat.

Marcel: Is je leven veranderd nu je plan is geslaagd? Zo ja, in welk opzicht?

Ja. Het heeft mijn leven veranderd. Op veel meer manieren dan wellicht prettig is om in dit toch al lijvige interview (#langvanstof) op te sommen. Maar laat ik een selectie benoemen.

Allereerst: het heeft me veel geleerd. Over de grenzen van alles wat je wel of niet alleen kunt. Over ware inspiratie. Dus niet alleen die (vaak wel heel toffe) inspiratietegels die je op Facebook en Twitter ziet, maar nét even die scherpe zin, die ‘spark’ die jouw hele wereld voor even (of voor lang) verandert of je koers laat veranderen.

Het heeft me diep ontroerd hoe positief veel mensen reageerden op het plan dit boek te publiceren.

Het heeft me de mooiste dag van mijn leven opgeleverd. Sommige mensen trouwen of krijgen een kind. Ik schreef een boek. Persoonlijk en uit het hart. En op de dag dat het uitkwam, deelde ik dat moment met vijftig mensen. Ik kan bijna niet onder woorden brengen hoe diep me dat geraakt heeft. En hoe zeer de verbondenheid tussen iedereen in de zaal was. Ik schiet daar nog vol van.

Het heeft ook mijn beeld van de boekenwereld (helaas) bevestigd. Over de niet zo gunstige markt en de positie die veel boekverkopers daarin innemen. Maar dan ook wel weer dat je boekhandelaren tegenkomt die graag je verhaal verspreiden.

Het heeft me in contact gebracht met mensen die ook hun verhaal met zich meedragen en dit zo open met me hebben gedeeld. Dat vertrouwen is een enorm geschenk.

En het heeft me Gabriel Byrne doen tegenkomen. In een lunchroom in NoLiTa, New York. Nota bene op 1 januari, een paar uur nadat ik mezelf om 23:55 op 31 december, met champagne in het handje, had toegewenst dat ik in 2013 iedereen die (bewust of onbewust) had bijgedragen aan het boek, in persoon wilde kunnen bedanken. Ik was flabbergasted en vergat spontaan mijn eigen naam (dat dan weer wel), maar een maand later overhandigde ik het boek en een verklarend briefje op zijn filmset in Dublin. Eind goed, al goed. No heroes, no life.

Ik kan nog wel even doorgaan met hoe dit project mijn leven heeft veranderd, maar you get the picture.

Marcel: Heb je nieuwe plannen? Hoe waarschijnlijk is het dat je die gaat uitvoeren?

De nieuwe website is nog steeds in ontwikkeling. Het is een groot karwei. Niet alleen technisch (ik overweeg tegen al mijn principes in toch een eenvoudigere oplossing te vinden die gemakkelijker uitvoerbaar is dan wat ik eigenlijk voor ogen had), maar ook redactioneel. Er zijn veel mensen die waardevolle informatie hebben en een bepaalde rol of positie op de website zouden willen hebben. Dat is mooi, maar dat maakt het ontwikkelen ervan niet echt eenvoudig. Ik realiseer me dat de keuzes die ik hier in deze fase in maak en moet maken, langdurige consequenties met zich meebrengen.

Maar de site komt er. En intussen blijf ik wezen helpen in hun zoektocht naar informatie en naar het ombuigen van onrecht. Al gaat dat dan met horten en stoten. Maar het lukt. Ik kan het niet niet doen. Dat zit diep.

Marcel: Heb je een website die bij je project hoort?

www.WeesWijzer.nu

One thought on “Jojanneke van den Bosch over ‘Zo, nu ben je wees’

  1. Ik vindt Jojanneke een heel dapper persoon. Heel goed dat ze haar verhaal heeft opgeschreven. Ik ben 55 jaar, lichamelijk gehandicapt (open rug) en woon nog bij mijn moeder van 84. Ik raak erdoor geinspireerd.
    Casper van Dongen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *